Tarisio kwintet NNO

Programma

 

W.A. Mozart (1756-1791) Strijkkwintet in C majeur KV 515

- Allegro

- Menuetto-Trio

- Andante

- Allegro

https://www.youtube.com/watch?v=iU-LiPWusrI

 

J.A. Bruckner(1824-1896) Strijkkwintet in F majeur WAB 112

- Gemäßigt. Moderato

- Scherzo. Schnell

- Adagio

- Finale. Lebhaft bewegt

https://www.youtube.com/watch?v=iEXYebQ-TwQ

 

Sergei Bolotny werd geboren in 1975 in Tschernowitz, Oekraïne. Hij komt uit een muzikaal gezin, zijn vader is zanger en ontving in 1973 de titel Uitmuntend Kunstenaar Oekraïne. Het talent van Sergei bleek al vroeg zodat hij vanaf zijn 7e jaar onderwijs kon volgen op de Speciale School voor Muziek in Lwow. Hij vervolgde zijn vioolstudie aan de Nationale Muziekakademie van Kiev bij Bogodar Kotorovich. Na zijn conservatorium opleiding volgde hij lessen in Wenen met een specialisatie kamermuziek bij onder meer Michael Frischenschlager, Johannes Meissl en Avedis Kouyoumidjian. Tijdens deze tijd in Oostenrijk speelde hij in talrijke ensembles en orkesten waaronder het Wiener Streichquartett, de Wiener Bachsolisten en het Metro Trio. Daarnaast leidde hij het ensemble Klezmatov.

Sergei Bolotny won diverse prijzen op internationale concoursen. In 1992 won hij de 1e prijs op de Internationale Vioolcompetitie in Oezbekistan, in 1995 bij de Leo Weiner Competitie in Hongarije, hij was in 1995 halve finalist op het Paganini Vioolconcours, in 2001 won hij de Oestrig Competitie en de 2e prijs op het Janacek Concours en in 2008 won hij met het Metro Trio de Promotion Prize op het Osaka Chamber Music Festival.

 

Yu Li, geboren in Shanghai, begon op vijfjarige leeftijd met vioolspelen. Hij studeerde aan het conservatorium in Beijing, waar hij in september 2000 zijn Bachelor diploma behaalde. Vervolgens studeerde hij aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag bij Jaring Walta, waar hij zijn Masterdiploma’s viool en kamermuziek behaalde. Hij was verbonden aan het Residentie Orkest en het Radio Symfonie Orkest en is sinds september 2006 aanvoerder tweede violen bij het NNO. Hij won verschillende prijzen en heeft met diverse orkesten buitenlandse tournees gemaakt.

 

Ulrike Adam werd geboren in Hamburg. Zij studeerde altviool bij E. Sichermann aan de Musikhochschule in Lübeck en bij E. Schiffer aan het Brabants conservatorium.

In 1989 behaalde zij haar diploma uitvoerend musicus. Zij volgde meestercursussen bij Menselssohn en Buchholz.

Sinds september 1995 is zij verbonden aan het Noord Nederlands Orkest.

 

Kees Dekkers studeerde viool bij Bela Dekany en altviool bij Erwin Schiffer.

Hij volgde meestercursussen bij S. Collot. Van 1971-1975 was hij aanvoerder van de altviolen in het voormalige Frysk Orkest.

Van 1975 t/m 2011 vervulde hij dezelfde functie bij het Noord Nederlands Orkest.

Hij gaf les aan de conservatoria in Enschede en Groningen.

Kees speelt op een zelfgebouwde altviool.

 

Noëlle Weidmann, geboren in Metz te Frankrijk, speelt al sinds haar zesde jaar cello. Ze was 11 jaar toen ze haar cellostudie aan het conservatorium te Metz afrondde, met eerste prijzen voor cello, piano en kamermuziek. Een jaar later werd ze toegelaten tot het beroemde Conservatoire National Superieur de Musique te Parijs, waar ze studeerde bij Michel Strauss. Ze trad op met bekende musici, zoals Joseph Silverstein, Philippe Benod, Vladimir Mendelssohn, Barbara Westphal en Jean-Claude Vanden-Eyden. Noëlle Weidmann studeerde in 2005 af in Parijs en studeerde daarna bij Jan- Ype Nota te Groningen en wederom bij Michel Strauss te Parijs. Noëlle Weidman is sinds 2006 aanvoerder van de cellogroep bij het Noord Nederlands Orkest. Het seizoen 2008-2009 heeft Noëlle de Carte Blanche serie van het NNO samengesteld.

 

 

Werken van Mozart en Bruckner

Mozarts strijkkwintetten waren voor Brahms een voorbeeld van formele volmaaktheid en voor Schubert een “weldadige afdruk van een beter en lichter leven”. Veelal gelden KV 515 en KV 516 als de beste kamermuziekwerken die hij ooit schreef. Terwijl Haydn “de vijfde stem niet kon vinden” en alleen strijkkwartetten schreef, maakt Mozart dankbaar gebruik van de mogelijkheden die deze vijfde stem biedt. Het kwintet KV 515 schreef hij in 1787. Hoewel in C gr. geschreven, is het een werk met soms haast verwarrende stemmingswisselingen, met name in het lange eerste deel waar de cello en 1e viool het thema presenteren. In het langzame deel schitteren de 1e viool en de 1e altviool in een opera-achtig duet. Het strijkkwintet in F gr. (1879) met twee altviolen is Bruckner’s enige bijdrage aan de kamermuziek. Met geen ander werk heeft hij zo’n onmiddellijk succes gehad. Hoewel Bruckner’s kwintet - evenals zijn symfonieën - groots van vorm is, heeft het toch zuiver de stijl van kamermuziek, met name die van de latere Beethoven.

 

 

Wolfgang Amadeus Mozart (1756 – 1791), Strijkkwintet no 3 in C groot, KV 515

1787 was een belangrijk jaar in het korte leven van Mozart. Hij teerde nog op zijn succes met de opera Figaro, die het jaar daarvoor in première was gegaan. En hij stond op het punt zijn grootste meesterwerk op operagebied te componeren, Don Giovanni. Halverwege het jaar stopte Mozart enige tijd met het werken aan deze opera en componeerde twee strijkkwintetten, behorend tot zijn belangrijkste meesterwerken, KV 515 in C groot en KV 516 in g mineur. In dat zelfde jaar vonden er twee belangrijke gebeurtenissen in zijn leven plaats: de dood van zijn vader, zijn voornaamste raadgever en criticus, en zijn ontmoeting met Ludwig van Beethoven, toen een zestien jarige pianist uit Bonn, de enige keer, dat hij Beethoven heeft ontmoet. In dezelfde periode componeerde hij zijn drie laatste symfonieën, ook behorend tot de grootste meesterwerken in dit genre. En dan te bedenken, dat hij nog maar 33 jaar oud was en bijna aan het einde gekomen was van zijn verschrikkelijk korte leven.

Het is niet duidelijk, waarom Mozart kwintetten schreef voor strijkkwartet waar een extra alt-viool aan was toegevoegd, geen gangbare bezetting. Wellicht werd hij geïnspireerd door het succes dat Luigi Boccherini had met zijn kwintetten.

Het kwintet in C heeft vier delen: allegro, andante, menuetto, overgaand in een allegretto, allegro.

 

 

Anton Bruckner, Strijkkwintet in F groot

Anton Bruckner leefde van 1824 tot 1896. Zijn vader en hijzelf waren schoolmeesters in de Oostenrijkse provincie. Op zijn dertiende wordt Anton “Sängerknabe” in het klooster Sankt Florian bij Linz, waar hij ook organist werd. Vervolgens wordt hij domorganist in Linz en gaat in Wenen theorielessen nemen. Hij raakt onder de indruk van de opera Tannhäuser van Wagner, een componist, die hij zijn leven lang zal blijven vereren. Vanaf 1862 schrijft Bruckner zijn grote werken, vooral missen en symfonieën. Het heeft lang geduurd voordat men in Wenen begreep hoe belangrijk Bruckner als componist was.

Het strijkkwintet in F groot dateert van 1879, is het enige kamermuziekwerk, dat hij heeft geschreven. Hij deed dat op bestelling van de directeur van het Weense conservatorium, Helmesberger. Het werk werd onmiddellijk een geweldig succes. Enerzijds heeft het kwintet veel weg van zijn symfonieën en missen, het is groots opgezet. Anderzijds is het zuivere kamermuziek. De bezetting komt overeen met die van de Mozartkwintetten (met twee alto’s). Het werk heeft vier delen: moderato, scherzo, adagio en finale.

 

Teksten:

- programma en musici door het Noord Nederlands Orkest

- begeleidende tekst bij de uit te voeren werken door Piet Niekerk

 

 

 

 

 

TARISIO KWINTET, kamermuziekconcert op zondag 5 maart 2017 in theater De Tamboer

Strijkwinttetten van Mozart en Bruckner

 

Viool: Sergei Bollotny

Viool: Yu Li

Altviool: Ulrike Adam

Altviool: Cees Dekkers

Cello: Noëlle Weidmann

 

Copyright @ Vrienden van de Tamboer Webdesign: Hajé Rundervoort